Junkies

Op drie passen afstand keek Jeroen naar de kerstboom die hij voorzien had van kaarsjes. Het waren ouderwetse kaarsjes want elektriciteit ontbrak op het arkje. Het arkje lag in een hoek van de jachthaven vlak bij de eeuwenoude kerk in het oudtse deel van de stad.

Jeroen had tijdelijk onderdak gevonden bij zijn oude dienstmakker Oscar, die op zijn beurt eveneens tijdelijk, gebruik mocht maken van het oude arkje.

 

Hij wachtte met het aansteken van de kaarsjes tot Oscar terug zou zijn. Die was een uurtje geleden vertrokken om een kratje bier op de kop te tikken en wat eetbaars.

 

Jeroen legde zich op zijn luchtbed dat tegen een wand geschoven op de grond lag. Hij nam een joint en dronk de laatste slokken bier uit het flesje waaraan hij was begonnen tijdens zijn werk aan de kerstboom. Daarna viel hij in een lichte slaap waaruit hij gewekt werd door de zware basstem van Oscar. Hij haastte zich het krat van Oscar over te nemen en zette het tussen zijn luchtbed en het veldbed van Oscar op de grond. Oscar had een grote rookworst meegebracht waarvan hij al een heel stuk had opgegeten onderweg. Hij had een enorme drankkegel maar dat viel Jeroen niet op want diens eigen kegel bracht de zaak aardig in balans.

 

Terwijl Jeroen de kaarsjes aanstak, zocht Oscar een muziekzender op zijn portable radio. Ze maakten het zich gemakkelijk. Ieder op zijn bed hangend met een shaggie en een fles bier en van tijd tot tijd deelden ze een joint.

 

Rondom de haven was de stad uitgestorven en donker, de mensen bereidden zich voor op de kerstavond. Een druilige regen tikte op het dak van het arkje maar dat ontging de mannen. Zij vierden op hun manier de kerstavond, door bij de keiharde muziek van de radio herinneringen op te halen van hun diensttijd in het voormalige Yoegoslavië.

 

Jeroen, wat onvast ter been, had al een keer nieuwe  kaarsen in de boom aangebracht, met zijn sigarettenaansteker gevaarlijk in de weer zijnde.

 

De rook was te snijden en het was warm in de kleine ruimte. Regelmatig moesten ze naar buiten om een plas te doen, waarbij de koude regenwind hen tegen het klamme lijf sloeg.

 

Er doken herinneringen op waarvan ze dachten dat ze die allang kwijt waren. Beiden waren beroepsmilitair geweest,  Oscar had het zelfs tot officier gebracht. Als tweede luitenant was hij uitgezonden naar Yoegoslavië en daar tijdelijk bevorderd tot eerste luitenant voor de duur van zijn uitzending. Tweemaal was hij daarheen uitgezonden. Daarvan teruggekeerd in Nederland had hij gefrustreerd ontslag genomen uit het leger en was door aanpassingsproblemen in de burgermaatschappij aan lager wal geraakt. Zwaar drinkend en daardoor steeds op de vuist gaande in de kroegen die zich in het oude stadsdeel bevonden had hij menig maal de nacht in een politiecel doorgebracht. Zijn enorme gestalte, hij mat bijna twee meter en zijn geweldige lichaamskracht waren spraakmakend.

 

Jeroen was beroeps met een kort verband. Hij was na de uitzending naar Yoegoslavië na enige tijd uit de militaire dienst ontslagen wegens drugsgebruik. De ervaringen tijdens zijn uizending hadden hem uit het lood geslagen en hij had zich, ondanks professionele hulp daarvan niet hersteld.

 

 De herinneringen die boven kwamen drijven betroffen toestanden waarvan de mensen hier zich geen voorstelling konden maken.

 

-Weet je nog maatje, hoe de aalmoezenier ons voorhield dat kerstmis onder andere ook het feest van de vrede is? - hikte Oscar.

- Ja man, hoe kan zo iemand dat nou toch blijven volhouden hè. Ik heb daar van vrede namelijk helemaal niks gemerkt.

 

Het was een verschrikkelijk puinhoop en al die rotzooi hebben wij moeten zien en nou verwachten ze van ons dat we brave burgers zullen zijn en ons zonder tegenspraak in het gareel zullen storten. Maar je kunt toch Goddome niet een knop in je kop omdraaien waardoor alles verdwijnt wat je hebt doorgemaakt! En wat is het resultaat?

 

Jij bent er thuis uigeflikkerd vanwege de drank en ik...nou daar weet je alles van. Celletje in en celletje uit. Zij hebben mij thuis ook uitgekotst. Nou ja wat moeten ze ook met zo’n zak als ik.-

 

-Ach maatje maak je niet kwaad, laat toch zitten. We zitten vanavond weer droog en we hebben een bed, dus voor ons is het een goed kerstfeest, proost maatje!-

-De enige goede herinnering die ik aan dat pokkeland heb is, dat ik tijdens de kerstnacht dienst deed bij een roadblock en waar het zo stil was als in het graf. Het was hartstikke donker, niemand te zien, niets bewoog en was windstil. Je kon de mieren horen trippelen. Ik denk dat het zo hoort, dat het stil moet zijn in de kerstnacht, doodstil. Pas dan kun je nadenken over de dingen, je eigen hart horen kloppen en in je spiegel kijken.-

Jeroen was opgestaan  en stond onvast op zijn wiebelende luchtbed en snauwde met overslaande stem in Oscars richting. Ik word altijd even doodziek als ik aan die rotzooi terugdenk, aan wat mensen elkaar kunnen aandoen. God nog an toe en wij mochten niks doen, nee vooral geen inmenging, geen partij kiezen, alleen observeren en melden! Als je er hier over praat zeggen ze: -ja,ja we hebben het gezien, we hadden dagelijks de TV aan waarop alles te zien was, maar nou is het allemaal voorbij en jij bent toch weer heelhuids thuisgekomen!-

 

Jeroen viel bijna vanwege de drank en het wiebelende luchtbed, maar greep zich vast aan het veldbed van Oscar en zo gebukt staande schreeuwde in Oscars gezicht – Mijn God, alles gezien, hoor je Oscar, ze hebben alles gezien...gezien! Maar hebben ze ook de angst geroken van die mensen en het bloed en de dagenoude doden?-

 

Jeroen spuwde de woorden in Oscars gezicht, alsof die schuld had. Hij jankte luid en met een woest gebaar sloeg Jeroen de kerstboom omver en de olielamp die op de grond stond schopte hij door de ark.

 

-Man, ben je belazerd!- schreeuwde Oscar en beukte zijn enorme vuist tegen de zijkant van Jeroens hoofd. Die viel en bleef liggen, terwijl de gevallen kerstboom de gordijnen in vlam zette.

Oscar, eerst ook gevallen over de bierkrat, stond op, tilde Jeroen op en smeet hem over zijn schouder. Zo wankelde hij de steiger op waaraan het arkje lag en legde Jeroen een eindje verderop neer.

De vlammen sloegen metershoog uit de ark die reddeloos verloren was. De snel aanwezige brandweer deed zijn best maar van de ark bleef slechts een verkoold wrak over. Een ambulance baande zich met gillende sirenes en blauw zwaailicht een weg door de  toegestroomde menigte nieuwsgierigen. Onder hen ging als een lopend vuurtje dat het slechts een paar waardeloze junkies ging.

 

Oscar zat geknield bij Jeroen op de steiger, met diens hoofd op zijn dijen. Jeroen had brandwonden opgelopen in zijn gezicht en vermoedelijk had hij ook een hersenschudding vanwege de dreun die hij ontving van Oscar.

Jeroen mompelde zonder zijn ogen te openen- Wat maken die gasten toch een herrie. Weten ze dan niet dat het stil behoort te zijn in de kerstnacht...doodstil?

 

Wim Jilleba