The Bugojno Times December 2000

Het Potlood

"Het Potlood"is een item van het B-team. Telkens krijgt een schrijver de gelegenheid om iets te vertellen. Het maakt niet uit wat hij of zij schrijft. De schrijver geeft na zijn verhaal het potlood door aan een ander lid van het B-team. Nummer 2 in de rij is de Kpl Pol, de Juliet Charlie van de C-Bteam

Eindelijk was het dan zover, 30 Oktober kwam ik hier aan op Dutch base Bugojno, wat ik gelijk heb omgedoopt in Centerparcs Bugojno. Mijn god wat een luxe hebben we hier, 2 verschillende kroegen, mooie eetzaal, sport faciliteiten, luxe fabs en weet ik nog allemaal voor moois. Je zou je er bijna voor schamen en een deel van je toelage aan een goed doel geven. Ik snap de mensen die ondanks deze luxe nog wat te klagen hebben echt voor geen meter, en dan heb ik het niet over de standaard klachten als het eten is niet te vreten want dat is zoals ik al zei, standaard. Daarmee bedoel ik de klacht zelf want met het eten is niks mis, dat is behoorlijk dobro.

Laatst ben ik een dag naar Glamoc geweest, daar waar de Canadezen zitten. Ik schrok mij het apelazarus en wilde gelijk rechtsomkeert maken en zsm weer terug naar ons luxe paradijs in Bugojno. Wat een ongelofelijke teringzooi was en is het daar zeg. Als je Glamoc en de omgeving gezien heb dan hou je in het vervolg wel je mond over de omstandigheden op onze eigen base. Je wil daar nog niet dood aangetroffen worden want een beetje lijk zou zich de ogen uit zijn schedel schamen en wij maar zeuren over onze base. Nu is dat zeuren inmiddels wel behoorlijk afgenomen en beseft men nu wel hoe goed we het hier hebben maar iedereen die nu klaagt zou voor de grap eens een weekje moeten vertoeven in Glamoc.

Nu is het wel zo dat hoe goed en luxe we het ook hebben we een flink deel van onze vrijheid moeten missen. We kunnen niet doen wat we zelf willen of wat we thuis gewend zijn en zullen ons daarom flink moeten aanpassen en dat kost soms wel eens de nodige moeite.

Maar het is nu eind December en ik denk dat we wel goed bezig zijn hier in onze AOR al zijn er altijd wel zaken die beter of anders kunnen, maar wel blijven Hollanders en die hebben altijd wel wat te zeiken en ook nog eens militair dus dat is dubbelop zeiken. Maar als Nederlandse Militairen niks te zeiken hebben dan is er pas iets goed mis en moeten we ons ernstig zorgen gaan maken.

Ikzelf vermaak mij over het algemeen prima en zeker als ik weer eens de poort uitgaat met de Majoor dan lach ik mij een slag in de rondte over de mensen die dit mooie maar vreemde land bevolken.

Zo was ik gisteren weer eens op weg naar het ROLE 2 Hospitaal van de Engelsen in het plaatsje Sipovo, toen ik plotseling een close encounter of the first kind had met een lokale geit van een nog veel lokalere boer. Het arme beest stak de weg over net op het moment dat ik langs kwam kachelen met mijn jeepje. De geit had een kortstondige maar innige relatie met mijn voorbumper en gleed een paar meter over het wegdek, al bedoel ik met wegdek die plakken asfalt die her en der op goed geluk zijn neer gepleurd. Maar goed de geit was dus even behoorlijk de weg kwijt al lag hij er met zijn vette lijf bovenop, maar krabbelde snel weer overeind en probeerde zo goed en kwaad als dat het kon weg te lopen. Het beest liep alsof het de complete wintervoorraad Slivovitz van boer serv had opgezopen en probeerde zich snel uit de voeten te maken.

Nou had boer serv toestaan kijken hoe ik onvrijwillig zijn geit had gemolesteerd en keek mij aan op een manier die niet veel goeds voorspelde. In gedachte haalde hij waarschijnlijk al de meest verschrikkelijke martelingen met mij uit en even leek het ook of hij die gedachten waarheid wilde maken. De boer was in de absurde veronderstelling dat ik met opzet tegen zijn geit was aangereden en dus schuldig was aan het opzettelijk vernielen van 1 Servische geit.

Ik probeerde de boer niet direct in zijn gezicht uit te lachen toen ik hem duidelijk probeerde te maken dat zijn geit er zelf voor had gekozen om tegen mijn bumper aan te lopen, toen ik plots een keiharde knal hoorde en stukken geit door de lucht zag vliegen.

Het arme beest was in zijn lamlendige toestand op een mijn gelopen en dat liep niet heel goed af voor de geit. Boer serv was inmiddels witheet geworden van woede en begon mij nu te beschuldigen van het vermoorden van zijn geit en wilde daarvoor een riante vergoeding hebben van mij. Aangezien ik redelijk aangepast was in hoe de zaken werken in dit land, draaide ik de rollen om.

Ik lachte boer serv vriendelijk toe en vertelde hem dat het bewijs van het bestaan van een geit nu permanent een onderdeel van het weiland vormde en hij niet kon aantonen of er überhaupt wel een geit was en deze tegen mijn auto was aangelopen.

Terwijl de boer verbaasd nadacht over deze redenatie, zwaaide ik hem vriendelijk gedag en stapte in de jeep. in mijn achterspiegel zag ik de boer stampvoetend en zwaaiend weglopen en vervolgde ik lachend mijn weg terug naar de base.

Onderweg heb ik nog meerdere malen hard moeten lachen om dit voorval en zeker de wijze waarop de boer met dit probleem wou omgaan om op die manier een paar knaken te verdienen aan mij.

Wat een mooi, gek, prachtig maar vooral krankzinnig land is dit toch.

Reinier Pol - Uitzending SFOR9 Bosnie 2000/2001